Start de opname aan tafel
Vraag aan het begin of iedereen akkoord is met de opname, en voer het overleg zoals altijd. Jij voert het gesprek, Notuly maakt het verslag.
Intercollegiaal overleg
Voor het Kwaliteitsregister Paramedici geldt bij intercollegiaal overleg “1 uur = 1 punt” (KP, kwaliteitscriteria logopedie). Hieronder: wat het register van het verslag vraagt, naast een echt verslag van een groep logopedisten.
Direct naar: telt ons overleg mee · wat het register vraagt · het echte verslag
Soren Colton
Drie gesprekken gratisZonder betaalgegevens
Gebruikt door mensen bij deze organisaties.





Kort antwoord
Intercollegiaal overleg betekent dat zorgverleners in een vaste groep, volgens een vooraf gekozen methode zoals casuïstiek of intervisie, hun eigen handelen bespreken om het beter te doen. Als bewijs vraagt het Kwaliteitsregister Paramedici “notulen met vermelding van aanwezigen” (KP, kwaliteitscriteria logopedie, p. 12). Wat niet meetelt, staat verderop.
Deze pagina gaat over het kwaliteitsoverleg van paramedici, zoals logopedisten, in het Kwaliteitsregister Paramedici. Fysiotherapeuten en psychologen vinden hun rij bij de punten per register. Andere verslaglegging staat bij rapporteren in de zorg.
Werk je in de ggz? Daar zijn intercollegiaal overleg kort en intercollegiaal overleg lang ook twee prestaties met een tarief van de NZa (NZa, Staatscourant 2025, 31162). Zie rapporteren in de ggz.
Ben je huisarts? Overleg met collega’s staat bij notuleren in de huisartsenpraktijk.
Ben je advocaat? Gestructureerd intercollegiaal overleg is een vorm van de kwaliteitstoets in de advocatuur, zie de vraag hierover.
Volgens het register telt jullie overleg als jullie volgens een vooraf vastgestelde methode het eigen handelen bespreken en vastleggen wie er was.
Welk deel van de avond meetelt, staat bij niet de hele avond.
Het register controleert pas bij de herregistratie, met een steekproef. Ontbreken dan documenten, dan “vraagt KP deze bij je op” (KP, p. 35).
Wat moet er dan van zo’n avond op papier staan?
De laatste casus is net besproken. Marieke maakt het verslag en belooft het voor vrijdag rond te sturen, met de presentielijst erbij. Tot nu toe ging het verslag via de groepsapp. Tussendoor ging het nog over de contracten met de verzekeraars en over zes bijeenkomsten in plaats van vier. En een van de collega’s komt nog twaalf punten tekort voor haar herregistratie.
Wat van deze avond wil het register terugzien?
Het format van het register vraagt naar wie er was, wanneer, met welke methode, met welk doel en wat het opleverde.
| Wat het register vraagt | In het verslag hieronder | Wat de groep zelf toevoegt |
|---|---|---|
| Naam overleggroep | Ontbreekt | De naam van de groep |
| Wie zijn er aanwezig? Minimaal 4, maximaal 15 | Vier sprekers, één als “Deelnemer A”; onderaan staat dat niet iedereen herkend is | De ondertekende presentielijst |
| Datum, starttijd en eindtijd | Ontbreekt; wel de volgende bijeenkomst | Datum, begin- en eindtijd |
| Gekozen verbetermethodiek | De naam niet, de stappen wel, zoals bij casus 1 | Per casus de naam van de methode |
| Onderwerp van het overleg | Per casus een kop | Niets |
| Terugblik vorige bijeenkomst | “Update september” | Niets |
| Doelstelling van deze bijeenkomst | Per casus de vraag van de inbrenger | Het doel van de avond |
| Resultaat per stap van de verbetermethode | Bij casus 1 en 3 de adviezen en de reactie | Niets |
| Wat vonden de deelnemers van de methodiek, zijn de doelstellingen behaald? | Ontbreekt | Twee regels daarover |
| Afspraken: wat, met wie, en wanneer geëvalueerd | Het blok “Afspraken”, met naam en termijn | Wanneer de groep ze evalueert |
| Telt niet mee (kwaliteitscriteria, p. 12): organisatorische zaken | Apart, onder “Besluiten” en “Openstaand” | Niets |
Het verslag levert de terugblik, de stappen per casus en de afspraken. De groep levert de naam, de presentielijst, de tijden, de naam van de methode, het doel van de avond en wat de deelnemers ervan vonden. Of het overleg telt, beoordeelt het register.
Welke methode je kiest, bepaalt wat er per stap in moet.
Het register noemt vijf methodes. Welke je kiest, hangt af van je vraag (KP, informatiepakket intercollegiaal overleg):
Strikt genomen is een kwaliteitskring groter dan een IO-groep: die “wordt georganiseerd vanuit de beroepsvereniging”, en daarbinnen “kunnen dus meerdere IO-groepen zijn” (KP, Verschillen en overeenkomsten kwaliteitskring en intercollegiaal overleg).
Een MDO gaat over één cliënt, zie het verslag van een MDO; intercollegiaal overleg gaat over je eigen handelen. Over één cliënt rapporteren staat ook bij de SOAP-rapportage en het verslag van een zorgplanbespreking.
Welke methode het ook is, één deel van de avond telt nooit mee.
Alleen het methodische deel van de avond telt; mededelingen, plannen en zelfs het verslag maken tellen niet mee. Het register sluit uit: “Vergaderingen zonder methodiek” en “Organisatorische en uitvoerende zaken direct gekoppeld aan de bijeenkomsten zoals verslagleggen, plannen etc.” (KP, p. 12). Ook een gastspreker, een refereeravond en het geven van scholing tellen niet (KP, beoordelingscriteria intercollegiaal overleg, 2023).
Zonder accreditatie geldt: “De tijd volgt uit de notulen.” (KP, p. 39). Staan de begin- en eindtijd er niet in, dan is het lastig te laten zien hoeveel uur er telde. Zet het huishoudelijke deel dus apart, aan het eind, en schrijf de tijden erbij.
Hoeveel punten die uren opleveren, verschilt per register.
In het Kwaliteitsregister Paramedici levert een uur intercollegiaal overleg één punt op (KP, p. 12). Een logopedist heeft in vijf jaar 160 punten nodig, uit alle activiteiten samen (KP, p. 5). Bij de fysiotherapeuten valt het onder reflecterend leren, samen hooguit 40 punten per registratieperiode. Voor psychologen stelt het BIG-register bij herregistratie geen eis aan intercollegiaal overleg, en de criteria van de LVVP staan achter de inlog voor leden.
| Register | Voor wie | Wat intercollegiaal overleg oplevert | Wie legt vast | Bron en peildatum |
|---|---|---|---|---|
| Kwaliteitsregister Paramedici | Paramedici; de getallen gelden voor logopedisten | “1 uur = 1 punt”; 160 punten in vijf jaar, minstens 40 geaccrediteerd, plus 1.600 uur werkervaring | Geaccrediteerd: de begeleider, in PE-online. Anders: jijzelf, met verslag en presentielijst | Kwaliteitscriteria logopedisten, versie 25 augustus 2026, p. 5, 8, 12 en 39; peildatum 1 november 2026 |
| Individueel Register Fysiotherapie (de opvolger van KRF NL) | Fysiotherapeuten, zie ook notuleren als fysiotherapeut | Reflecterend leren (intervisie, het Intercollegiaal Overleg Fysiotherapie en peer review): samen hooguit 40 vakinhoudelijke punten per registratieperiode | Bij dat overleg de coach, in MijnKNGF | Uitvoeringsregeling Individueel Register Fysiotherapie, versie 1.2, ingang 1 augustus 2026; peildatum 1 november 2026 |
| LVVP en BIG-register | Psychologen en psychotherapeuten; zie ook het sessieverslag van een psycholoog | LVVP: achter de inlog voor leden. BIG-register: bij herregistratie geen eis voor intercollegiaal overleg | Niet openbaar | lvvp.info en bigregister.nl, gelezen 1 november 2026 |
Beschrijf een casus met leeftijd, klacht en situatie, zonder naam of andere gegevens die naar de cliënt leiden. Een zorgverlener vertelt zonder toestemming van de patiënt niets over die patiënt aan anderen. Wie rechtstreeks bij de behandeling betrokken is, telt niet als ander, voor zover de gegevens nodig zijn voor diens werk (BW, artikel 7:457 lid 1 en 2). Collega’s in een IO-groep behandelen jouw cliënt meestal niet, dus zonder toestemming horen herleidbare gegevens er niet in.
Deel het verslag alleen met de deelnemers, per mail en niet in een groepsapp. Neem je het overleg op, zorg dan dat iedereen dat vooraf weet en ermee instemt; zie mag je een gesprek opnemen en veilig notuleren.
Zo blijft de casus binnen de groep. Maar wie schrijft het allemaal op?
Het lastige is niet het overleg zelf. Het lastige is het verslag. Na drie casussen moet iemand alles in de stappen van de methode op papier hebben, los van de huishoudelijke dingen, terwijl ze zelf meepraatte. Hieronder staat hoe zo’n verslag eruitziet als niemand hoeft mee te schrijven.
Een verslag van een intercollegiaal overleg begint, na een korte samenvatting, met een terugblik op de vorige bijeenkomst. Daarna volgt elke casus in de stappen van de gekozen methode, en aan het eind de besluiten, de afspraken en wat nog openstaat. Zo staat het methodische deel apart van de huishoudelijke dingen. Let hieronder op “Update september”, de stappen van casus 1 en de blokken “Besluiten” en “Openstaand”.
De groep houdt vier bijeenkomsten per jaar; het verslag gaat per mail, niet via de app. Thijs start gesprekspartnertraining met de partner, bouwt daarna af en koppelt in januari terug. Noor belt de moeder en plant een evaluatie met beide ouders; Deelnemer A begint met het stemdagboek en koppelt oefeningen aan de bel. Open: CIAT-richtlijn, jaarplan, gastspreker. Volgende: 19 januari.
Inbreng Thijs: niet-vloeiende afasie na een herseninfarct links in maart, nu zeven maanden geleden; sinds april twee keer per week behandeling in de praktijk, sessies van drie kwartier (een uur gaat niet, dan zakt hij in). Begrip is vrij goed, productie moeizaam: korte zinnetjes, telegramstijl, lang woordzoeken. In april ScreeLing en ANTAT afgenomen; in juli echte vooruitgang, vooral bij het benoemen; sinds eind augustus een plateau. Zijn vrouw is betrokken maar wil meer: zij vroeg om drie of vier keer per week, op grond van intensieve therapie op internet, en zei letterlijk “als u stopt, geeft u op”. Thijs voelt aan dat hij moet afbouwen (de man is na drie kwartier kapot), twijfelt of hij gelijk heeft, en weet niet hoe hij het tegen de vrouw moet zeggen. Vraag: hoe stel ik het behandelplan bij, en hoe neem ik de partner mee.
Verhelderende vragen: thuis doet hij werkbladen met benoemoefeningen, maar de vrouw voorzegt en maakt zijn zinnen af. De doelen zijn sinds april niet opnieuw met hem doorgenomen (doel van april: weer kunnen bellen met zijn broer in Zeeland, elke zondag; lukt nu een beetje met hulp). Stemming wisselend; de huisarts heeft het over een mogelijke depressie gehad, hij huilt weleens in de sessie, maar is niet in behandeling bij een psycholoog. Geen contact met de revalidatiearts sinds de overdracht in april; hij is uit beeld bij het revalidatiecentrum. Vergoeding loopt, daar zit geen probleem. Eind september alleen de benoemlijst opnieuw: vrijwel exact dezelfde score als in juli, geen ANTAT meer. Als de vrouw zegt dat hij vaker moet komen, kijkt hij naar Thijs en haalt zijn schouders op; Thijs’ interpretatie is dat hij het zelf goed vindt zo.
Klinisch redeneren, vier hypotheses: (1) de communicatie thuis houdt het plateau in stand, omdat de vrouw zijn zinnen afmaakt en hij thuis geen ruimte krijgt (Noor, door Thijs beaamd); (2) de behandeling is te weinig intensief, Deelnemer A wees op onderzoek naar intensieve therapie in de chronische fase, CIAT (constraint-induced), enkele weken veel uren per week met verplicht verbale communicatie, met resultaten ook na een jaar; (3) het eigenaarschap van de doelen is weg: de doelen zijn van april en zijn vrouw stelt nu de doelen (Marieke); (4) de stemming: als hij somber is, leert hij minder (Deelnemer A). Deelnemer A bleef benadrukken dat een plateau niet altijd een eindpunt is en dat intensief in de chronische fase nog kan; Thijs en Noor wezen erop dat drie kwartier per sessie al het maximum is.
Adviezen:
Reactie Thijs: hij vindt het advies van Noor het sterkst omdat het probleem thuis zit, niet in de praktijk, en gaat dat doen. Het doelen-gesprek combineert hij in de eerste sessie, voordat zijn vrouw erbij komt. CIAT laat hij voorlopig liggen: hij gaat niet ophogen naar drie keer per week, ook al wil de vrouw dat, maar als de richtlijn iets anders zegt, kijkt hij er opnieuw naar. Het advies over de huisarts neemt hij mee, maar pas nadat hij hem zelf gesproken heeft over hoe hij zich voelt; hij wil niet over zijn hoofd heen. De boodschap aan de vrouw gaat hij letterlijk zeggen zoals Noor formuleerde. In januari koppelt hij terug; de ANTAT wordt zes weken na de training, ergens half januari, dus dan vertelt hij wat er dan is. Deelnemer A hield vast aan haar punt dat de intensiteit niet afgeschreven moet worden.
Inbreng Noor: jongen van vijf in het Lidcombe-programma (met een b, Australisch): de moeder doet thuis elke dag het oefengesprek met complimenten en correcties, een keer per week komen ze bij Noor; ze lopen nu acht weken. Vorige week dinsdag zei de moeder midden in de sessie, waar het jongetje bij was: “ik stop ermee. Ik heb hier geen tijd voor. Ik heb nog twee kinderen, ik werk vier dagen, en ik kan niet elke dag een kwartier met hem gaan zitten.” Noor schrok en reageerde naar eigen zeggen niet handig: zij zei dat het dan ophoudt, want zonder de oefening thuis werkt het programma niet. De moeder werd boos (“dus het is mijn schuld als hij blijft stotteren”) en heeft voor deze week afgezegd. Noor heeft er de hele week van wakker gelegen. Het jongetje ging door met spelen (garage met autootjes); onbekend wat hij meegekregen heeft.
Informatievragen: de ernstscores (schaal van één tot tien, door de moeder zelf dagelijks genoteerd) begonnen in de eerste week op 7 en zitten de laatste twee weken op 3; de moeder vult de cijfers in maar heeft de daling mogelijk niet als zodanig gezien. De vader is één keer gezien, bij de intake; hij werkt in ploegendienst.
Bespreking: laat de scores zien, want zij ziet alleen het kwartier per dag dat ze niet heeft (Deelnemer A); kijk of het minder kan, vijf dagen of tien minuten, het programma zegt elke dag, maar in de praktijk komt minder voor (Thijs, door Noor beaamd); vraag de vader erbij, zodat het niet alleen op haar schouders rust (Marieke); bied iets aan over het moment zelf, dat helpt vaak al (Deelnemer A).
Actie Noor: zij belt de moeder morgen en nodigt beide ouders uit voor een evaluatiegesprek, streven volgende week. Dan zegt ze eerst dat het moment van vorige week van haar kant niet goed ging, laat de ernstscores van alle acht weken in een grafiekje zien zodat de moeder ziet wat ze heeft bereikt, en kijkt samen met hen wat thuis haalbaar is en of de vader een deel kan doen. Voortaan bespreekt ze zulke gesprekken niet meer in de sessie als het kind erbij is.
Inbreng Deelnemer A: vrouw van achtenveertig, juf in groep vier, stembandknobbeltjes in september door de KNO-arts gezien met de scoop, verwezen voor stemtherapie; nu zes weken wekelijks. Ze is vriendelijk en op tijd, maar doet thuis niets: de halfopen-kanaaloefeningen met het rietje komen er niet van, en elke week komt ze weer hees terug. Ze praat de hele dag tegen dertig kinderen. Vraag: hoe krijg ik haar aan het oefenen?
Informatievragen: de KNO-arts wil eerst stemtherapie en kijkt over drie maanden opnieuw; opereren is niet het plan. Geen microfoon in de klas; de school heeft er geen, zegt ze.
Adviezen:
Reactie Deelnemer A: vanaf de volgende afspraak het stemdagboek, en de oefeningen aan de bel koppelen. De stemversterker bespreekt ze met de juf; of school betaalt, moet de juf zelf met haar directeur uitzoeken. Misschien terugverwijzen naar de KNO-arts als het in december nog niet beter is, maar eerst dit proberen.
De frequentie blijft vier keer per jaar. Thijs’ voorstel om naar zes bijeenkomsten te gaan (of korter, een uur, of af en toe online) haalde het niet: Noor en Deelnemer A kunnen het er niet bij, Sanne vindt het nu al lastig, en online bleek in de coronatijd minder. Thijs kan een casus die niet kan wachten tussendoor per mail voorleggen of iemand bellen.
Het verslag gaat voortaan per mail als bijlage en niet via de groepsapp, omdat er casussen in staan en de app op privételefoons staat. De richtlijn die Noor deelt mag wel in de app, als openbaar stuk.
Dinsdag negentien januari, half acht, weer op de vertrouwde plek; Sanne brengt dan de eerste casus in, over een kind met een taalontwikkelingsstoornis en de school.
Disclaimer: Niet alle sprekers konden bij naam worden geidentificeerd; hun inbreng is via een label weergegeven, waardoor de toeschrijving onzeker kan zijn.
Terug naar wat het register vraagt · Verder naar zo werkt het
Dit verslag laat de inhoud zien die het format vraagt, maar niet de gegevens die alleen de groep zelf heeft.
Hoe kwam dit verslag tot stand?
Vraag aan het begin of iedereen akkoord is met de opname, en voer het overleg zoals altijd. Jij voert het gesprek, Notuly maakt het verslag.
Binnen tien minuten staat het verslag in je inbox, met de besluiten en de actiepunten erin.
Zet de naam van de groep, de datum, de tijden en de methode erbij, en stuur het met de presentielijst per mail rond.
Notuly werkt fysiek, hybride en online. Werkt de groep online, dan neemt de desktop-app het overleg op de computer op, zonder bot in de meeting. Aan tafel geldt: vanaf ongeveer tien deelnemers of in een grote ruimte adviseren wij een externe microfoon; aan een gewone tafel volstaat de ingebouwde microfoon.
De transcriptie gaat standaard mee en is uit te zetten. Het register vraagt alleen het verslag, dus stuur de transcriptie niet rond.
Notuly vult het format van het register niet in en heeft geen koppeling met PE-online of je portfolio. Meer staat bij Notuly in de zorg.
Notuly herkent zelf wat voor gesprek het was en kiest de passende vorm. Wil je het verslag altijd in dezelfde vorm, dan kies je met Pro, Team en Enterprise een sjabloon dat bij jullie overleg past.
Boek een demoGratis
€9,99 / gebruiker / mnd
€119,88 per jaar
€10,99 / licentie / mnd
€131,88 per licentie per jaar
Veertien dagen gratis proberen
Starter & Pro: prijzen incl. btw · Team & Enterprise: prijzen ex. btw
Notuly past niet bij elke avond, en niet bij elk overleg.
Wil een praktijk of een kwaliteitskring dit gebruiken, dan zijn er drie vragen.
Audio binnen een minuut na verwerking gewist. Gesprekken zijn geen trainingsdata en geen handelswaar. Jij bepaalt wie het verslag krijgt. Notuly slaat je gesprekken niet op: het verslag staat in je eigen mailbox.
Vraag aan het begin toestemming van de deelnemers, bespreek de casussen zonder herleidbare gegevens en stuur het verslag per mail rond. De verwerkersovereenkomst is beschikbaar vanaf een Team-licentie.
Team is er vanaf 2 licenties; de bedragen staan bij de prijzen. Mail team@notuly.nl of boek een demo, dan kijken we samen hoe jullie groep het regelt.
Intercollegiaal overleg houdt in dat een vaste groep collega’s volgens een vooraf gekozen methode casussen of thema’s over het eigen handelen bespreekt. Van elke bijeenkomst komt een verslag met de aanwezigen (KP, kwaliteitscriteria logopedie, p. 12). De groep telt 4 tot 15 collega’s en komt van één keer per jaar tot elke maand bijeen (KP, Verschillen en overeenkomsten kwaliteitskring en intercollegiaal overleg).
Vijf soorten overleg die je in de zorg vaak tegenkomt: intercollegiaal overleg over je eigen handelen, het multidisciplinair overleg (MDO) over één cliënt, collegiale consultatie bij een collega (KP, p. 31), de overdracht tussen zorgverleners en het consult met de cliënt, zoals bij notuleren als fysiotherapeut en notuleren als psycholoog. Intervisie is geen aparte soort, maar een methode binnen intercollegiaal overleg.
Gestructureerd intercollegiaal overleg is overleg met collega’s dat een vaste methode volgt. Het Kwaliteitsregister Paramedici gebruikt de term zelf niet, maar vraagt hetzelfde: overleg “aan de hand van een vooraf vastgestelde methode” (KP, p. 12). In de advocatuur is het een eigen vorm van de kwaliteitstoets; daarvoor is de pagina Kwaliteitstoetsen van de Nederlandse orde van advocaten de bron.
Een intercollegiaal consult is een overleg waarin je één collega raadpleegt; het Kwaliteitsregister Paramedici noemt dat collegiale consultatie, een aparte activiteit met “1 uur = 1 punt met een maximum van 50 punten per registratieperiode” (KP, p. 31). In de ggz zijn intercollegiaal overleg kort en lang daarnaast twee prestaties met een tarief van de NZa (NZa, Staatscourant 2025, 31162). Zie rapporteren in de ggz.
Onder intercollegiaal overleg valt alleen het methodische deel: de casussen of thema’s die je volgens de gekozen methode bespreekt. Organisatorische zaken, mededelingen, een gastspreker en een refereeravond vallen er niet onder (KP, beoordelingscriteria intercollegiaal overleg, 2023). De hele lijst en een rekenvoorbeeld staan bij niet de hele avond telt mee.
In het Kwaliteitsregister Paramedici levert een uur intercollegiaal overleg één punt op (KP, p. 12). Een logopedist heeft in vijf jaar 160 punten nodig, uit alle activiteiten samen, plus 1.600 uur werkervaring (KP, p. 5). Alleen het methodische deel van de avond telt mee. Voor fysiotherapeuten en psychologen gelden andere regels, zie de punten per register.
In het verslag van een intercollegiaal overleg staan volgens het format van het register de naam van de groep, de aanwezigen, de datum met begin- en eindtijd, de methode, het onderwerp, een terugblik, het doel, het resultaat per stap, wat de deelnemers ervan vonden en de afspraken (KP, Format Verslag Intercollegiaal overleg). Een woordelijk verslag is niet nodig. De tabel legt die velden naast een echt verslag.
Een ondertekende presentielijst hoort bij een groep zonder accreditatie, maar het register vraagt altijd “notulen met vermelding van aanwezigen” (KP, p. 12). Zonder accreditatie stuurt de begeleider “de notulen en ondertekende presentielijst” naar de deelnemers; bij accreditatie vult de begeleider de presentie in PE-online in (KP, p. 39). Bewaar het verslag en de lijst: ontbreken ze bij een steekproef, dan “vraagt KP deze bij je op” (KP, p. 35).
Alleen een geaccrediteerde IO-groep moet minstens vier keer per jaar bijeenkomen: dan geldt “minimaal 4 bijeenkomsten per jaar” (KP, Verschillen en overeenkomsten kwaliteitskring en intercollegiaal overleg). Zonder accreditatie kan de groep van één keer per jaar tot elke maand bijeenkomen (KP, Verschillen en overeenkomsten kwaliteitskring en intercollegiaal overleg). Een geaccrediteerde groep werkt ook met een jaarplan (KP, beoordelingscriteria intercollegiaal overleg, 2023) en maakt een “Jaarverslag intercollegiaal overleg” (KP, p. 12).
Een MDO is niet hetzelfde als intercollegiaal overleg: in een MDO bespreken de betrokken disciplines één cliënt en besluiten ze over die cliënt. Intercollegiaal overleg gaat over je eigen handelen, met collega’s die de cliënt meestal niet behandelen. Hoe je een MDO vastlegt, staat bij het verslag van een MDO.
Je mag een casus bespreken in intercollegiaal overleg zonder gegevens die naar de cliënt leiden, of met toestemming van de cliënt. Een zorgverlener geeft zonder toestemming geen inlichtingen over een patiënt aan anderen dan wie rechtstreeks bij de behandeling betrokken is, en ook aan hen alleen voor zover dat nodig is voor hun werk (BW, artikel 7:457, versie 8 oktober 2026).
Je mag een intercollegiaal overleg opnemen als iedereen het vooraf weet en ermee instemt. Bespreek de casussen dan zonder herleidbare gegevens. Wat er bij opnemen mag, staat bij mag je een gesprek opnemen en veilig notuleren. Met Notuly gaat de opname na het verslag weg: audio binnen een minuut na verwerking gewist.
Bron: Kwaliteitsregister Paramedici, Kwaliteitscriteria 2025-2030 voor logopedisten, versie 25 augustus 2026 (p. 12, 35 en 39), het Format Verslag Intercollegiaal overleg, BW artikel 7:457 en het verslag hierboven. Peildatum 1 november 2026.
Algemene uitleg op basis van de genoemde bronnen, geen juridisch advies. De bronnen zijn geraadpleegd op 1 november 2026.
Je eigen register en beroepsvereniging beslissen wat telt; vraag het bij twijfel aan je register.
Wat jij zegt, blijft van jou.
Drie gesprekken gratisZonder betaalgegevens
Veelgestelde vragen