Bij een MDO schuiven mensen met verschillende vakken aan tafel, omdat één vak het niet alleen kan. Het Nederlands Jeugdinstituut zegt het zo: “Het overleg heet ‘multidisciplinair’ omdat er meer mensen bij zijn, met verschillende beroepen.” (NJi)
Vera is net begonnen als eerst verantwoordelijk verzorgende (EVV’er) in een verpleeghuis. In haar agenda staat “MDO, 14.00 uur” bij een bewoner die zes weken geleden binnenkwam. Ze weet niet wie er komt, wie het gesprek leidt en wat ze moet voorbereiden.
Wat ze tegenkomt, hangt af van waar ze werkt. In het ziekenhuis ziet een MDO er anders uit dan bij de huisarts, en op school zitten de ouders aan tafel. Werk je in het onderwijs? Het MDO op school staat in de kaart hieronder en verderop apart uitgewerkt.
Wie zit aan tafel bij een MDO, en wie zit voor?
Wie er aan tafel zit, wie voorzit en hoe vaak het is, verschilt per setting. Overal gelijk: minstens twee disciplines, één cliënt of leerling, en afspraken aan het eind.
Het MDO per setting, met bron (gelezen op 4 november 2026)
-
Huisartsenzorg
- Wie aan tafel
- Minstens twee disciplines uit het zorgnetwerk, zoals huisarts, POH, fysiotherapeut, thuiszorgorganisatie of apotheker.
- Wie zit voor
- Niet vastgelegd; de regiebehandelaar (huisarts, POH of een andere praktijkmedewerker) laat het MDO en het vastleggen goed verlopen.
- Hoe vaak
- Geen vaste frequentie; bij elk volgend MDO loop je het plan na.
- Wat er daarna op papier moet
- Doelen, aanpak, behandeltaken en taakverdeling in het multidisciplinair behandelplan, in het dossier.
(NHG)
-
Ouderenzorg en verpleeghuis
- Wie aan tafel
- De specialist ouderengeneeskunde, de EVV’er en behandelaars, zoals fysiotherapeut, logopedist, psycholoog of diëtist. (Verenso, Zorg voor Beter)
- Wie zit voor
- Een voorzitter zonder eigen inbreng; de regie ligt bij de specialist ouderengeneeskunde. (Verenso)
- Hoe vaak
- Vanaf zes weken na opname, minstens één keer per jaar; gemiddeld 20 minuten per patiënt. (Verenso)
- Wat er daarna op papier moet
- Het medisch behandelplan en het zorgleefplan; de aanpassingen in het EPD; een vervolgdatum. (Verenso)
-
Ziekenhuis en oncologie
- Wie aan tafel
- Een kernteam per tumorsoort, onder meer chirurg, internist-oncoloog, radioloog, patholoog, radiotherapeut en verpleegkundig specialist.
- Wie zit voor
- Een vaste voorzitter, met een coördinator voor de bespreeklijst.
- Hoe vaak
- Ten minste wekelijks; als criterium noemt IKNL dat 90 procent van alle patiënten er besproken wordt.
- Wat er daarna op papier moet
- De conclusie ter plekke, voor iedereen zichtbaar; het verslag binnen twee werkdagen naar de huisarts en de verwijzend specialist.
(IKNL)
-
Ggz (regionaal voorbeeld, Brabant)
- Wie aan tafel
- POH-ggz, huisarts, een psychiater of BIG-geregistreerde professional, en de gemeente of het wijkteam; de inwoner niet.
- Wie zit voor
- De POH-ggz.
- Hoe vaak
- Gebruikelijk zes tot acht keer per jaar, een uur, met meerdere casussen.
- Wat er daarna op papier moet
- “Er wordt geen notulen of gespreksverslag gemaakt”; ieder rapporteert in het eigen systeem.
-
Jeugdhulp
- Wie aan tafel
- De jeugdprofessional met professionals van buiten de eigen organisatie.
- Wie zit voor
- Niet vastgelegd; de richtlijn noemt “een sterke voorzitter”. Het team adviseert, jij beslist met kind en ouders.
- Hoe vaak
- Niet vastgelegd in de richtlijn.
- Wat er daarna op papier moet
- Afspraken over evaluatie en nazorg in het hulpverleningsplan of het cliëntdossier.
-
Onderwijs
- Wie aan tafel
- Ouders, de leerling als die wil en kan, de school, en wie nodig is, zoals jeugdarts, leerplichtambtenaar of wijkteam. (NJi)
- Wie zit voor
- Niet vastgelegd; de school organiseert, en samen spreek je af wie de regie neemt. (NJi)
- Hoe vaak
- Als daar aanleiding voor is, met een afspraak voor een nieuw overleg; het OPP in het basisonderwijs minstens één keer per schooljaar geëvalueerd. (NJi, WPO 40a)
- Wat er daarna op papier moet
- Wie wat doet, wie de regie heeft en wanneer je evalueert. (NJi)
Elke instelling maakt eigen afspraken. Zorg voor Beter: “Iedere organisatie maakt zelf afspraken over welke disciplines er betrokken zijn bij een multidisciplinair overleg.” Werk je in de huisartsenpraktijk? Wat er van het overleg in het dossier komt, staat bij het overleg in de huisartsenpraktijk vastleggen.
Het woord zelf zegt al waar het om draait.
Wat betekent multidisciplinair?
Multidisciplinair betekent dat er meer dan één vak aan tafel zit: het NHG spreekt pas van een MDO als er minstens twee disciplines zijn. Een overleg met alleen artsen van hetzelfde specialisme is dus geen MDO.
De zorginformatiebouwsteen voor dit overleg noemt het een patiëntbespreking: “een overleg van zorgverleners onderling waarin de resultaten van onderzoeken en behandeling besproken worden met als doel een gezamenlijk advies te formuleren”. Zit de patiënt erbij, dan noemt de bouwsteen het “een multidisciplinair consult”. Is het structureel georganiseerd, met meer disciplines, dan heet het “vaak een multidisciplinair overleg (MDO)” (Zorginformatiebouwsteen Patiëntbespreking).
Een MDO kan live zijn of digitaal (NHG). Zonder de patiënt is er volgens Verenso ook ruimte voor “persoonlijke leermomenten” en collegiale feedback; met de patiënt erbij praat je in gewone taal, en dat kost meer tijd.
Er zijn meer overleggen die op een MDO lijken.
Is een MDO-overleg hetzelfde als intercollegiaal overleg?
Nee: een MDO gaat over één cliënt en eindigt met afspraken over die cliënt, en de verwante overleggen hebben een ander onderwerp of een ander doel.
| Overleg | Waarover | Wie | Wat er uitkomt |
|---|---|---|---|
| MDO | één cliënt, patiënt of leerling (NHG) | minstens twee disciplines (NHG) | afspraken en een taakverdeling in een plan (NHG) |
| Intercollegiaal overleg bij paramedici | je eigen handelen (intercollegiaal overleg) | collega’s, vaak zonder dezelfde cliënt | punten voor het kwaliteitsregister |
| Intercollegiaal overleg in de jeugdhulp | je ideeën toetsen, binnen je eigen organisatie (Samen beslissen) | collega’s, ook een gedragswetenschapper | advies aan jou; jij beslist met kind en ouders |
| Intercollegiaal overleg in de ggz | één patiënt (NZa) | twee of meer behandelaren, de verwijzer niet | een prestatie, het resultaat in het patiëntendossier (NZa) |
| Zorgplanbespreking | het zorgplan evalueren (Zorg voor Beter) | de cliënt of een naaste, de EVV’er, soms een kernteam | het bijgestelde zorgplan, vastgelegd in het verslag van de zorgplanbespreking |
| Leerlingbespreking | de leerlingen van een groep | leerkracht en intern begeleider, zonder ouders | afspraken binnen de school (leerlingbespreking) |
De term “intercollegiaal overleg” betekent dus per sector iets anders. In de jeugdhulp bedoelen ze er het overleg binnen je eigen organisatie mee; multidisciplinair overleg is daar het overleg met professionals van buiten (Samen beslissen). In de bekostiging van de ggz heet het overleg tussen behandelaren over één patiënt juist intercollegiaal overleg, en bestaat er geen prestatie met de naam MDO (NZa). Vraag bij een uitnodiging dus eerst wat de afzender met de term bedoelt.
Het MDO en de zorgplanbespreking volgen elkaar op: Verenso beschrijft dat de uitkomsten van het MDO via de zorgplanbespreking in het dagelijks leven van de cliënt komen.
Op school heeft het MDO een eigen vorm.
Het MDO op school: met de ouders aan tafel.
Op school is een MDO het overleg dat de school organiseert als een leerling hulp nodig heeft die de school niet zelf kan geven, met de ouders, de leerling als die wil en kan, en specialisten van buiten de school (NJi).
Zonder toestemming van de ouders mag de school niet met hulpverleners over een kind praten. Vanaf 16 jaar geeft de leerling zelf toestemming. Schriftelijk is het duidelijkst, maar wettelijk hoeft dat niet (NJi).
Krijgt de leerling al extra ondersteuning, dan is er een ontwikkelingsperspectief (OPP), en dat gebruik je in het MDO (NJi). In het basisonderwijs stelt het bevoegd gezag het OPP vast na “op overeenstemming gericht overleg” met de ouders. De leerling mag zijn mening geven. Minstens één keer per schooljaar evalueert het bevoegd gezag het OPP met ouders en leerling (WPO, artikel 40a).
De naam verschilt per samenwerkingsverband: MDO, ondersteuningsteam (OT) of zorgteam. Een intern begeleider die ouders uitlegt wat er komt, vertelt vooraf de onderwerpen, de doelen en wie er aanwezig zijn (NJi). Het interne overleg over de leerlingen van een groep, zonder ouders, is de leerlingbespreking; de bredere context staat bij notuleren in het onderwijs.
Wie er ook aan tafel zit, de voorbereiding maakt het verschil.
Hoe bereid je een MDO voor?
Je bereidt een MDO voor door vooraf te weten welke vraag je inbrengt, wat er sinds de vorige keer veranderd is en wat je voorstelt.
- Als behandelaar in het verpleeghuis: evalueer vooraf je eigen doelen, bijvoorbeeld met de checklist uit de handreiking. De voorbereiding is hetzelfde, of de patiënt er nu bij is of niet (Verenso).
- Als specialist in het ziekenhuis: meld de patiënt aan met een vraagstelling en een voorstel voor het behandeladvies, met de uitslagen compleet (IKNL).
- In het regionale ggz-MDO: lever een week vooraf de informatie aan bij de POH-ggz (Richtlijn MDO 2025).
- Als school: bespreek met ouders en leerling wie er komt, gebruik het OPP, en spreek af of de leerling er de hele tijd bij is (NJi).
- Als ouder: stem vooraf met de leerkracht of intern begeleider af wat er besproken wordt, schrijf je vragen op en bedenk hoe je je kind voorbereidt (NJi).
Een goede voorbereiding houdt het overleg ook kort.
Hoe lang duurt een MDO, en hoe vaak is het?
In het verpleeghuis duurt een MDO gemiddeld 20 minuten per patiënt; Verenso noemt dat reëel als iedereen zich met de checklist heeft voorbereid. In het regionale ggz-MDO van Midden-Brabant en West-Brabant Oost duurt het overleg een uur, met meerdere casussen (Richtlijn MDO 2025, concept).
Hoe vaak het is, verschilt: in het verpleeghuis minstens één keer per jaar, in de oncologie ten minste wekelijks, en op school wanneer daar aanleiding voor is (Verenso, IKNL, NJi). Het NHG en de richtlijn voor de jeugdhulp leggen geen frequentie vast.
Apart vergoed wordt een MDO niet altijd. Bij de huisarts mag multidisciplinair overleg niet als consult in rekening worden gebracht (NZa, huisartsenzorg 2026), en in de ggz bestaat geen prestatie met de naam MDO (NZa, ggz 2026).
Hoe kort het ook is, na afloop moet er iets vastliggen.
Wat moet er na het MDO op papier?
Na een MDO moet vastliggen wat er besloten is, wie wat doet en wanneer er opnieuw gekeken wordt; waar dat staat, verschilt per setting (het laatste veld van elke kaart).
De zorginformatiebouwsteen geeft de vaste velden van zo’n bespreking (Zorginformatiebouwsteen Patiëntbespreking):
- de naam van de bespreking, “bijvoorbeeld MDO Hoofd Hals tumoren”;
- de datum;
- de deelnemers en hun rol, “bijvoorbeeld voorzitter, expert, aanmelder, notulist”;
- het probleem dat besproken is;
- het beleid: wat de behandeling moet bereiken en welke behandeling wordt voorgesteld.
Het NHG voegt de taakverdeling toe: de doelen, de aanpak, de behandeltaken en wie ze uitvoert, samen het multidisciplinair behandelplan.
Niet elk MDO heeft een verslag. In de regionale ggz-richtlijn uit Brabant staat: “Er wordt geen notulen of gespreksverslag gemaakt.” Daar rapporteert iedere professional in zijn eigen systeem (Richtlijn MDO 2025). De afspraak moet dan nog steeds ergens staan, alleen niet in één gezamenlijk stuk.
Het verslag en het plan zijn twee dingen. Het verslag legt het overleg vast; in het plan of het dossier blijft de afspraak voor de cliënt staan. Wie het verslag met Notuly laat maken, heeft na het overleg de besluiten en de actiepunten bij elkaar, en neemt daaruit over wat in het plan hoort. Wat er in het verslag van een MDO hoort, staat bij het MDO notuleren.
Wie het MDO ook voorzit, iemand moet het vastleggen terwijl hij zelf meepraat.
Het verslag van het MDO, zonder mee te schrijven.
Met een AI-notulist als Notuly hoeft niemand aan tafel mee te schrijven. Jij voert het gesprek, Notuly maakt het verslag: binnen tien minuten in je inbox, met de besluiten en de actiepunten erin.
Notuly notuleert het gesprek fysiek, hybride en online, en herkent tot 32 sprekers, op elk plan. Schuift er een discipline online aan, dan neemt de desktop-app op de computer aan tafel de microfoon en het systeemgeluid allebei op, zonder bot in de meeting (online meeting opnemen). Vanaf ongeveer tien deelnemers of in een grote ruimte adviseren wij een externe microfoon; aan een gewone tafel volstaat de ingebouwde microfoon (andere microfoon).
Wil de voorzitter of de regiebehandelaar het verslag eerst zelf lezen, dan kiest hij ‘Verstuur alleen naar jezelf’: het verslag komt dan eerst alleen in zijn eigen inbox, in elk plan (eerst zelf lezen). Jij bepaalt wie het verslag krijgt. Wat er in het behandelplan, het dossier of het OPP komt, beslis je zelf en zet je er zelf in.
Audio binnen een minuut na verwerking gewist. Alle verwerking verloopt via Nederlandse servers, in Amsterdam. Data verlaat de EU niet.
Gesprekken zijn geen trainingsdata en geen handelswaar. De hele AI-stap draait op onze eigen modellen, op servers in Amsterdam. Je inbox is je archief. Bij Notuly blijft niets achter. De verwerkersovereenkomst is beschikbaar vanaf een Team-licentie.
Hoe je een MDO stap voor stap vastlegt en wat er in het verslag hoort, staat bij het MDO notuleren. Meer over de zorg en het onderwijs staat bij notuleren in de zorg en notuleren in het onderwijs.
Wanneer je geen opname nodig hebt.
Een opname is niet bij elk MDO de goede keuze.
- Iemand aan tafel wil niet dat het overleg wordt opgenomen. Zeg vooraf dat je opneemt (mag ik een gesprek opnemen); wil iemand dat niet, dan notuleert een vooraf aangewezen deelnemer met de hand. Wie wil, spreekt na afloop zelf in wat er besproken en afgesproken is; Notuly maakt daar het verslag van, binnen tien minuten in je inbox.
- De afspraak is dat er geen verslag komt. Zoals in het regionale ggz-MDO: dan rapporteer je in je eigen dossier en heb je geen opname nodig.
- De ouders geven geen toestemming. Dan is er op school geen overleg met hulpverleners van buiten, en dus ook niets op te nemen (NJi).