Financieel advies

    Het verslag van een adviesgesprek.

    Wat moet erin, welk artikel verplicht wat, en hoe lang bewaar je het? Deze pagina zet de regels op een rij voor iedereen die financieel advies geeft, met de artikelnummers erbij. Jij voert het gesprek, Notuly maakt het verslag.

    Download de app

    Voor macOS, Windows, iOS en Android.

    Gebruikt door mensen bij deze organisaties.

    Stayokay logo
    Tweede Kamer logo
    Breda University logo
    Het Scheepvaartmuseum logo
    Zozijn logo
    Nike logo

    Kort antwoord

    Het verslag van een adviesgesprek legt vast welke informatie je hebt ingewonnen, welke afweging je hebt gemaakt en wat de klant daarop heeft besloten. Artikel 4:23 van de Wft verplicht je die informatie in te winnen en je overwegingen toe te lichten; artikel 32d van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen verplicht je die gegevens ten minste vijf jaar te bewaren vanaf het moment van advisering. Bij een klacht ligt de bewijslast volgens artikel 150 Rv bij de consument, maar op de adviseur rust een verzwaarde motiveringsplicht: wie zijn betwisting niet met stukken kan onderbouwen, ziet de lezing van de klant als vaststaand aangenomen.

    Wat het verslag doet
    Vastleggen wat je inwon, adviseerde en wat de klant besloot
    Informatieplicht
    Artikel 4:23 lid 1 Wft: inwinnen, erop baseren, overwegingen toelichten
    Vastleggingsplicht
    Staat niet in artikel 4:23; volgt uit de bewaarplicht en het AFM-toezicht
    Bewaartermijn
    Ten minste vijf jaar vanaf het moment van advisering (artikel 32d BGfo)
    Adviesrapport
    Bij hypothecair krediet op papier of een duurzame drager (artikel 63c BGfo)
    Bewijslast
    Artikel 150 Rv bij de consument; de adviseur draagt een verzwaarde motiveringsplicht
    Klachtinstituut
    Kifid; aansluiting verplicht op grond van artikel 4:17 Wft
    Gecontroleerd op
    19 augustus 2026

    De inhoud

    Wat hoort er in het verslag van een adviesgesprek?

    De aanvraag, de offerte en het polisblad verzamel je toch al. Het andere deel ontstaat aan tafel en verdwijnt op het moment dat je het niet opschrijft. Acht onderdelen, en waarom ze erin horen.

    • De vraag waarmee de klant binnenkwamIn zijn eigen woorden. Dit is het startpunt waaraan later wordt getoetst of je advies daarop aansloot.
    • De informatie die je hebt ingewonnenFinanciële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid: de vijf onderdelen die artikel 4:23 lid 1 sub a Wft noemt, voor zover redelijkerwijs relevant voor je advies.
    • Wat je hebt uitgelegd, en in welke woordenDe risico's, de kosten en de gevolgen zoals je ze aan tafel benoemde. Een adviesrapport laat zien dat je het opschreef; het verslag laat zien dat je het zei.
    • De overwegingen achter je adviesWaarom dit en niet het alternatief. Artikel 4:23 lid 1 sub c vraagt je die overwegingen toe te lichten, voor zover dat nodig is voor een goed begrip van je advies.
    • De reactie van de klantWaar hij op doorvroeg, waar hij aarzelde en wat hij zelf zei over zijn situatie. Dit deel bestaat alleen in het gesprek.
    • Het besluit, en een eventuele afwijkingWat de klant heeft besloten. Kiest hij anders dan jij adviseerde, dan ook zijn motieven en jouw toelichting op de gevolgen.
    • Aannames en open puntenWat je hebt aangenomen toen een gegeven niet hard te maken was, en welke vraag aan het eind van het gesprek nog openstond.
    • De vervolgafspraakWie wat doet en wanneer, met datum. Dit is meteen het bewijs dat de nazorg is begonnen.

    Een sjabloon voor elk gesprek.

    Kennismaking, inventarisatie, advies of nazorg: Notuly herkent het gesprekstype en kiest de passende vorm, met de overwegingen en de besluiten als vaste secties. Met een Team-licentie maakt je beheerder eigen sjablonen, zodat elk dossier dezelfde onderdelen bevat, ongeacht wie het gesprek voerde.

    9:41
    Stap 1 / 2

    SJABLOON

    Welk soort gesprek?

    Automatisch geregeld. Of kies zelf.

    AutomatischAANBEVOLEN

    Notuly herkent het soort gesprek en kiest de passende vorm.

    MEEST GEBRUIKT

    AdviesgesprekKlantadvies · uitgebreid

    VAN JE ORGANISATIE

    InventarisatiegesprekEerste gesprek · gemiddeld
    NazorggesprekPeriodieke check · gemiddeld
    KlantoverlegVervolgoverleg · beknopt

    Het onderscheid

    Verslag, adviesrapport en klantprofiel zijn drie verschillende documenten.

    Ze worden voortdurend door elkaar gebruikt, ook in vakteksten. Toch hebben ze elk een eigen inhoud, een eigen grondslag en een eigen moment.

    Het verschil is niet academisch. Bij een klacht wordt gevraagd of jij hebt gewaarschuwd voor een bepaald risico. Een keurig adviesrapport laat zien wat je hebt opgeschreven, maar niet wat je aan tafel hebt gezegd en hoe de klant daarop reageerde. Dat staat in het verslag, of nergens.

    Klantprofiel, gespreksverslag, adviesrapport en adviesdossier vergeleken op inhoud, grondslag en moment, peildatum 19 augustus 2026
    Document Wat erin staat Waar het op rust Wanneer
    Het klantprofiel Het beeld van de klant: financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid. Artikel 4:23 lid 1 sub a Wft benoemt precies deze vijf onderdelen als de in te winnen informatie. Voor het advies, en je werkt het bij zodra de situatie verandert.
    Het gespreksverslag Wat er in het gesprek is gevraagd, uitgelegd en besloten, en hoe de klant reageerde. Geen eigen artikel. Het is het bewijs dat het gesprek zo is verlopen als jij zegt. Direct na het gesprek, zolang iedereen het zich nog herinnert.
    Het adviesrapport De onderbouwing van je aanbeveling: hoe je tot dit advies bent gekomen. Bij hypothecair krediet op papier of een andere duurzame drager aan de consument (artikel 63c BGfo). Bij het advies, en het gaat naar de klant zelf.
    Het adviesdossier Alles bij elkaar, plus de gegevens over het aanbevolen product. Artikel 32d lid 2 BGfo regelt hoe lang je die gegevens bewaart. Ten minste vijf jaar vanaf het moment van advisering.

    Eén regel om het uit elkaar te houden: het klantprofiel beschrijft de klant, het verslag beschrijft het gesprek, het adviesrapport beschrijft je afweging, en het dossier bewaart ze alle drie.

    Het traject

    De vijf fasen van een adviestraject, en wat je per fase vastlegt.

    Kennismaking, inventarisatie, analyse, advies en nazorg. Dat is het fasemodel dat de AFM hanteert, en het is het enige gezaghebbende fasemodel in dit veld.

    Het model komt uit de Leidraad hypotheekadvisering van de AFM, gepubliceerd op 9 april 2026. Die leidraad gaat over hypothecair krediet, dus voor andere adviesvormen is het een werkbaar raamwerk en geen norm. De waarde zit in de koppeling: per fase ontstaat er andere informatie, en per fase is er dus iets anders om vast te leggen.

    De vijf fasen van het adviestraject volgens het AFM-model, met wat er in elke fase gebeurt en wat je per fase vastlegt, peildatum 19 augustus 2026
    Fase Wat er gebeurt Wat je vastlegt
    1. Kennismaking Je vertelt wie je bent, wat je dienstverlening inhoudt en hoe je wordt beloond. Dat je de dienstverlening hebt uitgelegd, wat de klant daarover vroeg en welke verwachting hij uitsprak.
    2. Inventarisatie Je wint de informatie over de klant in en vraagt door op wat erachter zit. Financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid, plus de wensen in de woorden van de klant.
    3. Analyse Je weegt de mogelijkheden tegen elkaar af en toetst ze aan het klantprofiel. Welke alternatieven je hebt bekeken, waarom ze afvielen en welke aannames je daarbij hebt gedaan.
    4. Advies Je doet je aanbeveling, licht hem toe en legt de risico's en de gevolgen uit. De overwegingen achter het advies, wat je hebt uitgelegd, wat de klant besloot en of hij afwijkt.
    5. Nazorg Je blijft in beeld zolang het product loopt en signaleert wat er verandert. Elk contactmoment: wat er is veranderd, wat je hebt geadviseerd en wat de klant daarmee heeft gedaan.

    De fase die het vaakst leeg blijft is de nazorg. Er gebeurt jarenlang weinig, en dan verandert er iets in de situatie van de klant. Wie per contactmoment een verslag heeft, kan laten zien dat hij in beeld is gebleven; wie dat niet heeft, staat met een dossier dat stopt bij de handtekening.

    De wet

    Wat artikel 4:23 Wft wel en niet van je vraagt.

    Het artikel dat overal wordt aangehaald als de vastleggingsplicht, bevat die plicht zelf niet. Dat is geen detail, want het bepaalt waar de plicht dan wél vandaan komt.

    Artikel 4:23 lid 1 van de Wet op het financieel toezicht bestaat uit drie onderdelen.

    • InwinnenOnder a wint de adviseur in het belang van de consument informatie in over diens financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid, voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor het advies.
    • BaserenOnder b draagt hij er zorg voor dat zijn advies mede op die informatie is gebaseerd.
    • ToelichtenOnder c licht hij de overwegingen toe die aan zijn advies ten grondslag liggen, voor zover dat nodig is voor een goed begrip van dat advies.

    Inwinnen, baseren, toelichten. Er staat niet dat je het moet vastleggen, en er staat geen vorm en geen termijn in. Wie schrijft dat artikel 4:23 een vastleggingsplicht bevat, citeert het artikel niet maar de praktijk eromheen.

    Die praktijk is wel bindend, en komt van twee kanten. Ten eerste uit artikel 32d van het BGfo: je bewaart de informatie die je op grond van artikel 4:23 lid 1 sub a hebt ingewonnen. Wat je nooit hebt opgeschreven, kun je niet bewaren. Ten tweede uit het toezicht: de AFM gaat ervan uit dat een financiële dienstverlener moet kunnen aantonen dat zijn advies op correcte wijze tot stand is gekomen, en dat daarvoor de relevante informatie over de klant en de gegevens over het aanbevolen product in het dossier zitten.

    Daarnaast geldt artikel 4:24a Wft, de algemene zorgplicht: je neemt op zorgvuldige wijze de gerechtvaardigde belangen van de consument in acht, en wie adviseert handelt in het belang van de consument. Handhaving door de AFM op dat artikel is beperkt tot evidente misstanden, maar de norm werkt door in de klachtenbehandeling.

    Voor twee adviesvormen staat er wel iets over de vorm. Bij advies over hypothecair krediet verstrek je het advies op papier of op een andere duurzame drager aan de consument (artikel 63c BGfo). Bij schadeverzekeringen geef je een advies waarin wordt uitgelegd waarom een bepaalde schadeverzekering het beste aansluit bij de wensen en behoeften van de cliënt (artikel 63b BGfo).

    Gecontroleerd op 19 augustus 2026. De genoemde artikelen zijn nagelopen op wetten.overheid.nl: de Wft onder BWBR0020368 en het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft onder BWBR0020421, geldend van 24 juli 2026. Het BGfo wordt vaak gewijzigd, dus controleer de artikelnummers voordat je erop leunt. Algemene informatie, geen juridisch advies.

    De termijn

    Hoe lang moet je het adviesdossier bewaren?

    Ten minste vijf jaar vanaf het moment van advisering. Die termijn staat niet in de Wft, maar in artikel 32d van het BGfo.

    Artikel 32d lid 2 zegt het zo: de adviseur bewaart de informatie die hij overeenkomstig artikel 4:23 lid 1 sub a van de wet heeft ingewonnen, alsmede de gegevens over het aanbevolen financiële product, gedurende ten minste vijf jaren vanaf het moment van advisering. Twee dingen vallen daaraan op.

    Het eerste is ten minste. Vijf jaar is een ondergrens, geen opruimdatum. Het tweede is het startmoment: de termijn loopt vanaf het moment van advisering, niet vanaf het einde van de looptijd van het product. Bij een hypotheek met een looptijd van dertig jaar zegt de termijn dus vrijwel niets over de periode waarin je nog aangesproken kunt worden.

    Kifid heeft dat verweer al eens afgewezen. In uitspraak 2021-0729 hield het beroep op een verstreken bewaartermijn geen stand: het ligt op de weg van de adviseur om adviesdossiers en gespreksverslagen, die zich in zijn domein bevinden, te bewaren.

    Wie op de ondergrens opruimt, ruimt precies het stuk op dat hij later nodig heeft.

    Twee dingen die je op deze pagina niet aantreft, en waarom niet. Er staat geen langere vuistregel in jaren, omdat de onderbouwing daarvoor per beroepsgroep verschilt en samenhangt met verjaring en met je beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Waarom kantoren in de praktijk langer bewaren, staat op de pagina's voor hypotheekadviseurs en verzekeringsadviseurs. En er staat nergens dat de Wft de vijf jaar voorschrijft, want dat doet het BGfo. Ook artikel 32 van datzelfde besluit is niet de grondslag: dat gaat over productontwikkeling.

    Gecontroleerd op 19 augustus 2026 tegen BWBR0020421 op wetten.overheid.nl, geldend van 24 juli 2026.

    De uitzondering

    Wat je vastlegt als de klant van je advies afwijkt.

    De klant mag een andere keuze maken dan jij adviseert. Dat is zijn recht, en het is precies het moment waarop je vastlegging het zwaarst weegt.

    De AFM is er duidelijk over. Wil de klant toch afwijken van het advies, dan legt de adviseur in het dossier en in het adviesrapport vast dat de klant op dat onderdeel van het gegeven advies is afgeweken. Kiest de klant ervoor het advies niet op te volgen, dan legt de adviseur dat expliciet vast, inclusief de motieven van de klant en een toelichting op de afwijking.

    • Dat hij afwijktNiet als voetnoot, maar als vaststelling. Zonder die zin leest het dossier als een advies dat gewoon is opgevolgd.
    • Op welk onderdeelAfwijken is bijna nooit het hele advies. Benoem het onderdeel, zodat later duidelijk is wat wel en niet jouw aanbeveling was.
    • De motieven van de klantIn zijn woorden. Waarom hij deze keuze maakt, is het deel dat over jaren niet meer te reconstrueren valt.
    • Jouw toelichting op de gevolgenWat je hebt uitgelegd over wat deze keuze betekent. Toegespitst op deze klant, niet als standaardzin die onder elk rapport staat.

    Bij een klacht

    Wie draagt de bewijslast bij een klacht?

    Het antwoord dat overal staat is dat de bewijslast bij de adviseur ligt. Dat klopt niet helemaal, en de precieze versie is nuttiger.

    Het uitgangspunt is artikel 150 Rv: wie zich op de rechtsgevolgen van gestelde feiten beroept, draagt daarvan de bewijslast. Bij een klacht is dat de consument. De bewijslast wordt door het ontbreken van een dossier ook niet formeel omgekeerd.

    Wat er wel gebeurt, is dit. Op de adviseur rust een verzwaarde motiveringsplicht: hij moet zijn betwisting van wat de klant stelt voldoende concreet onderbouwen, met gegevens uit zijn eigen domein. Die figuur komt uit het arrest van de Hoge Raad van 20 november 1987 (ECLI:NL:HR:1987:AD0058). De onderliggende norm is de zorg van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot (ECLI:NL:HR:2003:AF0122, Brals/Octant, 10 januari 2003).

    Kan de adviseur die betwisting niet onderbouwen, dan hoeft de rechter de bewijslast niet om te keren. De Hoge Raad wees op 15 december 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AZ1083) de kortere route: het ligt in de regel meer voor de hand dat de rechter de bewijslast niet omkeert, maar de stellingen van de partij op wie de bewijslast rust, als onvoldoende betwist op de voet van artikel 149 lid 1 Rv als vaststaand aanneemt. Materieel is het effect hetzelfde. De consument hoeft niets meer te bewijzen, omdat er niets meer tegenover zijn lezing staat.

    Kifid zegt het zelf in gewone taal. In Kifid Kennis van 18 februari 2025 staat het advies aan financiële dienstverleners om notities te maken en gesprekken en afspraken vast te leggen, met daarbij de constatering dat het veelal in het voordeel van de consument uitpakt als je niet aan de verzwaarde motiveringsplicht kunt voldoen.

    Vijf Kifid-uitspraken over ontbrekende gespreksverslagen, met de kernoverweging en de uitkomst per zaak, geraadpleegd 19 augustus 2026
    Uitspraak De kernoverweging De uitkomst
    2024-0839
    30 september 2024
    Dat een adviseur geen gespreksverslagen of aantekeningen heeft gemaakt, komt voor zijn rekening en risico. De schending van de zorgplicht stond vast. De vordering werd toch afgewezen, omdat het causaal verband met de schade ontbrak.
    2022-0474
    7 juni 2022
    Op de adviseur rust een verzwaarde motiveringsplicht. Het adviestraject bleek niet reproduceerbaar. De commissie nam als vaststaand aan dat de adviseur niet de juiste geldlening had geadviseerd. Vordering gedeeltelijk toegewezen.
    2021-0729
    18 augustus 2021
    Het ligt op de weg van de adviseur om adviesdossiers en gespreksverslagen, die zich in zijn domein bevinden, te bewaren. Het verweer dat de bewaartermijn was verstreken, hield geen stand.
    2017-378
    14 juni 2017
    Van een redelijk handelend en redelijk bekwaam adviseur mag worden verwacht dat hij een klant- en adviesdossier samenstelt. Gedeeltelijke restitutie van de advieskosten wegens schending van de dossierplicht.
    2026-0261
    16 maart 2026
    Er waren geen gespreksnotities of schriftelijk vastgelegde adviezen overgelegd waaruit de gestelde bespreking bleek. De adviseur moet 1.750 euro van de in rekening gebrachte advieskosten terugbetalen.

    Let op de eerste rij. In 2024-0839 stond de schending van de zorgplicht vast en werd de vordering toch afgewezen, omdat het causaal verband met de schade ontbrak. Die uitspraak laat dus zien hoe de bewijslast werkt, niet hoeveel een ontbrekend verslag kost.

    Dan de praktische kant. Er is geen voorgeschreven vorm en geen voorgeschreven lengte. Een verslag dat de vraag van de klant, je afweging, wat je hebt uitgelegd en zijn besluit bevat, en dat dezelfde dag in het dossier zit, doet het werk. Het gaat er niet om dat je een gesprek woordelijk bewaart, maar dat je je eigen betwisting over vijf jaar nog kunt onderbouwen.

    De afbakening

    Geldt dit ook voor de notaris en de accountant?

    Niet met deze artikelen

    Nee, niet met deze artikelen. Alles op deze pagina komt uit de Wft en het BGfo, en die gelden voor financiële dienstverleners: wie adviseert of bemiddelt in hypotheken, verzekeringen, krediet, pensioen en beleggingen. Een notaris, een accountant en een advocaat vallen onder hun eigen beroepswetgeving en onder hun eigen tuchtrecht.

    Wel hetzelfde principe

    Het onderliggende principe is wel hetzelfde in alle adviesberoepen: wie adviseert, moet later kunnen laten zien waarop dat advies rustte, en het gesprek is daarvan het deel dat als eerste verdwijnt. De regels, de termijnen en de instantie die erover oordeelt verschillen per beroep.

    Verder lezen per beroep

    De AVG-route

    Opnemen of aantekeningen maken?

    Opnemen mag, mits je de klant vooraf informeert en hij de ruimte heeft om bezwaar te maken. Een opname is een persoonsgegeven onder de AVG, dus je legt vast dat de klant geïnformeerd is en akkoord ging. Wil hij het niet, dan val je terug op aantekeningen.

    Vastleggen is het doel, opnemen is een van de manieren. Bij een kort oriënterend belletje zonder advies is een aantekening genoeg, en loopt een telefoongesprek al via het opnamesysteem van een andere partij, dan ligt de vastlegging daar. Werk je met een verwerker, leg dan vast wat die met de gegevens doet; hoe dat werkt staat in de verwerkersovereenkomst.

    De volledige spelregels, ook buiten het adviesgesprek, staan in mag ik een gesprek opnemen?

    Hoe het werkt

    Van gesprek naar verslag in drie stappen.

    Het advies blijft jouw werk. Alleen het uitschrijven van wat er is gezegd hoeft niet meer op jouw bordje.

    1

    Start de opname

    Open de app en start de opname aan het begin van het gesprek. Vertel de klant dat je opneemt voor een correct verslag en noteer dat hij akkoord is. De app draait op macOS, Windows, iOS en Android, dus aan tafel en online werkt het hetzelfde.

    2

    Voer het gesprek

    Notuly luistert en herkent wie er praat: tot 32 sprekers in één gesprek. Notuly verstaat 90+ gesproken talen; het verslag zelf komt in het Nederlands of het Engels. Jij vraagt door in plaats van mee te typen.

    3

    Lees na en stel vast

    Binnen tien minuten staat het verslag in je inbox, met de samenvatting, de besluiten en de actiepunten erin. Jij leest na, vult aan en stelt je advies zelf vast. De audio is dan al gewist.

    Op al je apparaten

    Ook op macOS en Windows.

    Beeldbellen via Teams, Zoom of Google Meet? De desktop-app notuleert rechtstreeks vanaf je laptop. En met de iPhone- en Android-app leg je elk gesprek onderweg vast.

    Wij bewaren je gesprek niet.

    Audio wordt binnen een minuut na verwerking gewist. Zodra het verslag verstuurd is, blijft er niets achter. Wat wij niet bewaren, kan ook niet lekken.

    Eigen servers in AmsterdamISO 27001-gecertificeerd datacenter. Je data verlaat de EU niet.
    Eigen AI-modelZelf gehost in de EU. Geen Big Tech in de verwerking.
    Geen training op jouw gesprekkenWat jij zegt, blijft van jou.
    Verwerkersovereenkomst conform AVGBeschikbaar voor organisaties, vanaf een Team-licentie.

    Wij werken conform:

    ISO 27001.

    Wij werken conform ISO-normen. Onze dataservers draaien in een ISO 27001-gecertificeerd datacenter in Amsterdam.

    Vragen.

    Wat hoort er in het verslag van een adviesgesprek?+

    De vraag waarmee de klant binnenkwam, de informatie die je hebt ingewonnen, wat je hebt uitgelegd over risico's en gevolgen, de overwegingen achter je advies, de reactie van de klant, wat hij heeft besloten en de vervolgafspraak. Wijkt hij af van je advies, dan ook zijn motieven en jouw toelichting op de gevolgen. Het verslag legt het gesprek vast; het adviesrapport onderbouwt je aanbeveling.

    Ben je verplicht een adviesgesprek vast te leggen?+

    Er is geen wetsartikel dat met zoveel woorden zegt dat je het gesprek moet vastleggen. Artikel 4:23 lid 1 Wft verplicht je informatie over de klant in te winnen, je advies daarop te baseren en je overwegingen toe te lichten. De vastlegging volgt daarna uit twee dingen: artikel 32d BGfo verplicht je die ingewonnen informatie te bewaren, en de AFM verwacht dat je kunt aantonen dat je advies op correcte wijze tot stand is gekomen. Wat je niet hebt vastgelegd, kun je niet bewaren en niet aantonen.

    Wat is het verschil tussen een gespreksverslag en een adviesrapport?+

    Het gespreksverslag legt vast wat er in het gesprek is gezegd, gevraagd en besloten. Het adviesrapport onderbouwt je aanbeveling: waarom dit product past bij dit klantprofiel. Het verslag is dus de bron, het rapport de conclusie. Bij een klacht over wat er wel of niet is besproken, is het verslag het stuk dat telt.

    Wat is een klantprofiel?+

    Het klantprofiel is het beeld van de klant dat je nodig hebt om te kunnen adviseren. Artikel 4:23 lid 1 sub a Wft noemt vijf onderdelen: financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid, voor zover die redelijkerwijs relevant zijn voor je advies. Je advies moet mede op die informatie gebaseerd zijn.

    Hoe lang moet je een adviesdossier bewaren?+

    Ten minste vijf jaar vanaf het moment van advisering. Dat staat in artikel 32d lid 2 van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft: je bewaart de informatie die je op grond van artikel 4:23 lid 1 sub a van de wet hebt ingewonnen, plus de gegevens over het aanbevolen financiële product. Ten minste betekent dat het een ondergrens is, geen opruimdatum.

    Staat de bewaartermijn van vijf jaar in de Wft?+

    Nee. De vijf jaar staat in artikel 32d van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft, niet in de Wet op het financieel toezicht zelf en niet in artikel 32 van datzelfde besluit, dat over productontwikkeling gaat. Het BGfo wordt regelmatig gewijzigd, dus controleer het artikel op de dag dat je erop leunt.

    Wat zijn de vijf fasen van een adviestraject?+

    Kennismaking, inventarisatie, analyse, advies en nazorg. Dat is het fasemodel dat de AFM hanteert in de Leidraad hypotheekadvisering van april 2026. Per fase legt je iets anders vast: in de kennismaking dat je je dienstverlening hebt uitgelegd, in de inventarisatie het klantprofiel, in de analyse de afgevallen alternatieven, in de adviesfase je overwegingen en het besluit van de klant, en in de nazorg elk contactmoment.

    Wat leg je vast als de klant afwijkt van je advies?+

    Vier dingen, en op twee plaatsen. Dat de klant afwijkt, op welk onderdeel hij afwijkt, wat zijn motieven daarvoor zijn en welke gevolgen je hebt uitgelegd. De AFM verwacht dat je dit vastlegt in het dossier en in het adviesrapport, expliciet en toegespitst op deze klant. Een standaardzin dat de klant is gewaarschuwd, is geen vastlegging van een afwijking.

    Wie moet bij een Kifid-klacht bewijzen wat er is besproken?+

    Formeel de consument: wie stelt, bewijst (artikel 150 Rv). In de praktijk draait het om de betwisting van de adviseur. Op hem rust een verzwaarde motiveringsplicht, en die kan hij alleen waarmaken met stukken uit zijn eigen dossier. Kifid zegt het zelf in gewone taal: kun je niet voldoen aan de verzwaarde motiveringsplicht, dan pakt dat veelal uit in het voordeel van de consument.

    Wordt de bewijslast omgekeerd als je geen dossier hebt?+

    Formeel niet. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het in de regel meer voor de hand ligt dat de rechter de bewijslast niet omkeert, maar de stellingen van de partij op wie de bewijslast rust als onvoldoende betwist als vaststaand aanneemt (ECLI:NL:HR:2006:AZ1083). Materieel is het effect hetzelfde: zonder stukken houdt je betwisting geen stand en geldt de lezing van de klant.

    Mag ik een adviesgesprek opnemen?+

    Ja, mits je de klant vooraf informeert en hij de ruimte heeft om bezwaar te maken. Een opname is een persoonsgegeven onder de AVG, dus je legt vast dat de klant geïnformeerd is en akkoord ging. Wil hij het niet, dan val je terug op aantekeningen. Vastleggen is het doel, opnemen is een van de manieren.

    Moet het adviesrapport op papier?+

    Bij advies over hypothecair krediet wel, of op een andere duurzame drager. Artikel 63c BGfo bepaalt dat een financiëledienstverlener die een consument adviseert over hypothecair krediet, dat advies op papier of op een andere duurzame drager aan die consument verstrekt. Een pdf per mail voldoet aan het begrip duurzame drager; een mondelinge toelichting niet.

    Het verslag van een adviesgesprek legt vast welke informatie je hebt ingewonnen, welke afweging je maakte en wat de klant daarop besloot. Artikel 4:23 lid 1 Wft verplicht je die informatie in te winnen, je advies erop te baseren en je overwegingen toe te lichten; een vastleggingsplicht staat er niet in. De bewaarplicht van ten minste vijf jaar vanaf het moment van advisering staat in artikel 32d BGfo. Bij een klacht ligt de bewijslast volgens artikel 150 Rv bij de consument, maar op de adviseur rust een verzwaarde motiveringsplicht: wie zijn betwisting niet kan onderbouwen, ziet de lezing van de klant als vaststaand aangenomen.

    Verantwoording

    Bronnen.

    Algemene informatie over het vastleggen van financieel advies, geen juridisch advies. De genoemde artikelen en uitspraken geven het principe, niet de uitkomst van jouw situatie. Alle bronnen geraadpleegd op 19 augustus 2026.

    De arresten van de Hoge Raad zijn aangehaald op hun ECLI-nummer: ECLI:NL:HR:1987:AD0058 (20 november 1987, de verzwaarde motiveringsplicht), ECLI:NL:HR:2003:AF0122 (10 januari 2003, Brals/Octant, de zorgplichtnorm) en ECLI:NL:HR:2006:AZ1083 (15 december 2006, over het niet omkeren van de bewijslast).

    Leg het gesprek vast terwijl je het voert.

    Laat Notuly je volgende adviesgesprek vastleggen en kijk wat er na afloop in je inbox staat. Drie gesprekken gratis, zonder betaalgegevens.

    Download de app