Loopt het uit op ontslag wegens onvoldoende functioneren, dan vraag je de kantonrechter om ontbinding op de zogeheten d-grond: artikel 7:669 lid 3 sub d BW. Let op de woorden van de wet, want die zijn strenger dan het woord dat iedereen gebruikt. De wet spreekt niet van disfunctioneren maar van de ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken van de werknemer. Ongeschiktheid gaat over de match tussen mens en functie, niet over een oordeel over de mens.
Drie eisen, en ze gelden alle drie
Aan die grond hangt de wet in dezelfde zin drie voorwaarden. Ze zijn cumulatief: valt er één weg, dan is de grond niet voldragen.
- Je hebt de werknemer hiervan tijdig in kennis gesteld.
- Je hebt hem in voldoende mate in de gelegenheid gesteld zijn functioneren te verbeteren.
- De ongeschiktheid is niet het gevolg van onvoldoende zorg van de werkgever voor scholing of voor de arbeidsomstandigheden.
Alle drie zijn het vastleggingsvragen. Tijdig in kennis stellen bewijs je met verslagen waarin de kritiek staat, met een datum. Gelegenheid tot verbetering bewijs je met een verbetertraject waarin staat wat er moest veranderen, met welke steun en in welke tijd. En de derde eis raakt de scholingsplicht uit artikel 7:611a lid 1 BW en het goed werkgeverschap uit artikel 7:611 BW, dat wederkerig is: het geldt voor de werkgever en voor de werknemer.
Serieus en reëel, zonder vaste vorm
De maatstaf komt van de Hoge Raad, in de beschikking van 14 juni 2019. Gelet op de ingrijpende gevolgen die een ontbinding wegens disfunctioneren voor een werknemer kan hebben, moet worden aangenomen, mede gelet op de eisen van goed werkgeverschap, dat de werkgever aan de werknemer serieus en reëel gelegenheid tot verbetering moet hebben geboden. Wat dat concreet betekent, hangt af van de omstandigheden: er bestaat geen wettelijke minimumduur voor een verbetertraject en geen voorgeschreven format. Een plan van drie weken voor een werknemer van twintig jaar is dus niet automatisch genoeg, en een dik document zonder opvolging evenmin.
Komt het tot ontbinding, dan moet je bovendien hebben gekeken naar herplaatsing binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing (artikel 7:669 lid 1 BW). Dat is een inspanningsverplichting: de Hoge Raad oordeelde op 18 januari 2019 dat niet is beoogd een resultaatsverplichting van de werkgever tot herplaatsing in het leven te roepen.
De i-grond repareert geen half dossier
De wet kent negen ontslaggronden, a tot en met i. De laatste is de cumulatiegrond, en daar gaat het in praktijkartikelen vaak mis. Sub i stapelt niet alle gronden, maar uitsluitend twee of meer van de gronden, bedoeld in de onderdelen c tot en met e, g en h. De d-grond doet dus mee, maar niet elke grond telt mee, en twee halve dossiers worden samen geen heel dossier.
Drie uitspraken, en wat ze kosten
Wat er gebeurt als de vastlegging ontbreekt, staat het duidelijkst in de uitspraken zelf.
De Limburgse zaak is de scherpste. De kantonrechter kwam tot het oordeel dat er door het ontbreken van een deugdelijk verbeterplan geen voldragen d-grond was, en stelde vast dat het in die procedure grotendeels ontbrak aan vastlegging van de kritiekpunten. Het verzoek werd afgewezen.
De Amsterdamse zaak uit 2025 laat de andere uitkomst zien, en die is duurder dan hij lijkt. De kantonrechter Amsterdam (19 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:6273) oordeelde dat niet alleen onvoldoende duidelijk was gemaakt dat de werknemer onvoldoende functioneerde, maar ook dat er geen duidelijk verbetertraject is geweest. De d-grond sneuvelde. De arbeidsovereenkomst werd toch ontbonden, maar met een billijke vergoeding van 20.000 euro bruto naast een transitievergoeding van 14.088,67 euro. Een dun dossier houdt het einde van het contract dus niet altijd tegen; het verplaatst de rekening.
De transitievergoeding zelf staat los van de vraag wie gelijk krijgt. Artikel 7:673 lid 2 BW rekent met een derde van het loon per maand voor elk gediend jaar, en er is recht op vanaf de eerste dag van het dienstverband sinds 1 januari 2020. Per 1 januari 2026 is het maximum 102.000 euro bruto, of één bruto jaarsalaris als dat hoger is. Dat maximum wijzigt elk jaar op 1 januari, dus reken altijd met de peildatum erbij.
Bronnen
- Burgerlijk Wetboek Boek 7 Artikel 7:669 (ontslaggronden en herplaatsing), 7:611 en 7:611a (goed werkgeverschap en scholing) en 7:673 (transitievergoeding).
- Wet op de ondernemingsraden Artikel 27 lid 1 sub g: instemmingsrecht bij een regeling op het gebied van de personeelsbeoordeling.
- Hoge Raad, 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:933 De maatstaf serieus en reëel gelegenheid tot verbetering, zonder wettelijke minimumduur of vast format.
- Hoge Raad, 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:182 Beoordelingsruimte van de werkgever en de grens daarvan bij gemotiveerde betwisting.
- Rechtbank Limburg, 3 januari 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:130 Geen voldragen d-grond door het ontbreken van een deugdelijk verbeterplan en van vastlegging.
- Rechtbank Amsterdam, 19 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:6273 D-grond onderuit, ontbinding tóch uitgesproken, met een billijke vergoeding.
- Autoriteit Persoonsgegevens, Personeelsdossier Welke gegevens in het dossier mogen, welke niet, en het uitgangspunt niet langer bewaren dan nodig.
Algemene informatie op basis van de genoemde bronnen, geen juridisch advies. Speelt er een concrete zaak, leg die dan voor aan een arbeidsrechtjurist of je vakbond.